En als het toch fout gaat...


Bandenpech

Pats. Daar sta je dan, met een lekke band. Denk eerst aan het eigen veiligheid. Parkeer je voertuig op een veilige plaats, zet de knipperlichten aan en vergeet niet om je veiligheidshesje aan te trekken. Plaats daarna onmiddellijk de gevarendriehoek. Op een autosnelweg plaats je hem ongeveer 100m achter je voertuig, op andere plaatsen 30m.


  1. haal het reservewiel uit de koffer vooraleer je de auto opkrikt.

  2. zorg dat je auto niet kan wegrollen.

  3. plaats de krik bij het krikpunt dat zo dicht mogelijk bij het wiel zit dat vervangen moet worden.

  4. draai de wielmoeren los terwijl de auto nog niet opgekrikt is. zorg ervoor dat je ze nog niet helemaal los draait.

  5. krik de auto op.

  6. draai nu de wielmoeren helemaal los en vervang het wiel.

  7. draai de wielmoeren volledig vast wanneer de wagen terug op de grond staat. doe dit kruiselings.


Met een RFT - band (Run Flat Tyre) kan je zelfs wanneer je lek rijdt nog verder rijden. Heb je geen volwaardige reserveband maar een 'thuiskomertje', hou je dan aan de voorgeschreven snelheidsbeperking die in gtote letters op deze band terug te vinden is. Maak in alle omstandigheden zo snel mogelijk een afspraak met je bandencentrale.


Startproblemen

De temperatuur kampeert al enkele dagen onder de nul Graden Celcius, je partner ligt met griep in bed, de baas is al een week niet te genieten op het werk, je hebt net koffie gemorst op een nieuwe trui en net nu start je voertuig niet. De herkenbare Wet van Murphy. vooraleer je bij de buren op zoek gaat naar een 'donerwagen' en je de startkabels uit je tuinhuis gaat halen, raadpleeg je toch best even het instructieboekje van je voertuig. Je voertuig zit immers vol met elektronica die weleens beschadigd kan worden als je onoordeelkundig te werk gaat.


Slepen

Heb je pech onderweg en kan je met je voertuig geen kant meer uit, dan doe je best een beroep op een professionele takeldienst. Laat je je toch 'slepen' of neem je zelf iemand op 'sleeptouw', weet dan dat:

  1. je niet sneller mag rijden dan 25 km/u;

  2. je de autosnelweg niet mag oprijden;

  3. als je op de autosnelweg in panne bent gevallen, je deze bij de eerstvolgende afrit moet verlaten;

  4. je geen omweg mag maken en rechtstreeks naar de herstellingsplaats moet rijden;

  5. je 'een rode lap' moet aanbrengen op beide voertuigen, als er meer dan drie meter tussenstand is;

  6. je een oranje licht moet aanbrengen op beide voertuigen, als er meer dan drie meter tussenafstand is en wanneer voertuigen verplicht moeten verlicht zijn.

Zet ook zeker de vier richtingsaanwijzers aan om achterliggers te verwittigen en besef dat je begint aan een zeer risicovolle onderneming!


3 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven